Even voor de goede orde… Als ik echt Anita heet, als ik echt met Rob getrouwd ben, als ons jongetje echt Julian heet en als we echt in Amsterdam wonen dan zal ik dat natuurlijk nooit toegeven. Zeker na deze column niet meer. Want ik heb onlangs de wet overtreden. Twee keer. En op een zondag nog wel.
Weet je wat het is, ik heb nooit echt van autorijden gehouden. Vroeger werd ik wagenziek en tegenwoordig is het zo druk op de weg dat ik me echt elke kilometer wel een keer een hartverzakking schrik van iemand die iets onverwachts doet. Ze zeggen dat het went. Ze zeggen dat het anders is wanneer je zelf rijdt. Ze kunnen zoveel zeggen. Ik rijd geen auto.
Gelukkig is Rob een rustige, betrouwbare chauffeur. En Rob rijdt al zo lang als ik hem ken rustige, betrouwbare auto’s. Ik reis persoonlijk nog steeds liever met de trein, maar ik ben inmiddels wel gewend aan mijn plekje op de bijrijdersstoel. En sinds Julian er is zit ik weer achterin, naast ons jongetje.
Nou reden we onlangs naar mijn schoonouders. Zij wonen bij Eindhoven, dus da’s een behoorlijke rit. En ongeveer halverwege begon ons kereltje al te protesteren. Met een speeltje en een paar liedjes kon ik hem wel even afleiden, maar ongeveer twintig kilometer bij mijn schoonouders vandaan trok hij het echt niet meer. Julian was officieel ontroostbaar.
Bij een ontroostbare Julian, zo heeft de ervaring ons inmiddels geleerd, helpt er maar één ding: Een flinke slok warme, zoete moedermelk. Dus ik vroeg Rob om de auto even te parkeren, zodat ik ons menneke in alle rust aan de borst kon nemen. Zoals altijd deed de magische moedermelk z’n werk: Ons kleintje ging lachend terug in zijn stoeltje. Maar drie kilometer verderop had hij het echt, echt, echt gehad.
En zeventien kilometer is lang. Voor ons misschien niet, maar stel je eens voor dat je met riempjes vastgesnoerd zit in een hard kuipstoeltje terwijl je eigenlijk het liefst op de grond met je voetjes ligt te spelen. Precies. En omdat een kindje van ruim zes maanden nog geen besef van tijd heeft duurt elke minuut in dat stomme stoeltje een eeuwigheid. En ik wil mijn kind geen eeuwigheid laten huilen.
Dus terwijl Rob rustig verder reed over de provinciale weg haalde ik Julian uit zijn stoeltje. Ik maakte mijn riem los, trok mijn shirt omhoog en legde mijn kind aan. En dat mag niet, dat is tegen de wet, daar wordt de minister van verkeer en waterstaat zelfs demissionair niet blij van. Foei! Maar Julian was al na een half slokje weer helemaal gelukkig.
Op de terugweg kwam ons mannetje niet in slaap, ook al was hij erg moe. En dus maakte ik opnieuw mijn veiligheidsgordel los om even over de maxicosi te hangen en Julian op die manier in slaap te voeden. Wel vijf minuten lang overtrad ik de wet. En de rest van de rit heb ik braaf in mijn tuigje gezeten. Want echt, eigenlijk ben ik heel braaf. Heus.







