Het was ruim dertig graden toen onze Julian geboren werd. Hij heeft de eerste weken van zijn leven in niets meer dan een rompertje naast ons op de bank gelegen, met een hydrofieltje onder zijn kleine lijfje tegen het plakken. We sliepen met alle ramen en deuren open en het zonnescherm draaide overuren. Dat was in augustus.
Op het kraamfeest kregen we een berenpakje van een tante, met dikke wollen slofjes en een capuchon met van die lieve kleine berenoortjes erop. Ik kon me toen niet voorstellen dat we ooit zoiets zouden gebruiken. Maar het berenpakje is inmiddels Julian’s meest gebruikte kledingstuk, en het ziet er naar uit dat het nog wel even winter blijft ook.
Goed, warme babykleertjes hebben we dus. En warme draagdoeken. En een warme wollen jas waar Julian en ik samen in passen. Maar onze wandelwagen heeft geen sneeuwkettingen, en we hebben geen ski’s die we onder de maxicosi kunnen zetten om er een slee van te maken.
Ik vind deze winter echt fantastisch! We zitten nu al vier weken in de sneeuw, je kunt op de vijver wandelen en als de zon schijnt dan glinstert de bevroren wereld alsof er miljoenen diamantjes over zijn uitgestrooid. Ik wil sneeuwpoppen bouwen en iglo’s en sneeuwforten van waaruit we sneeuwballenoorlogen kunnen voeren. Ik wil schaatsen. Ik wil met een sleetje van de dijk af. Maar mijn zoontje is pas vijf maanden, en dat is gewoon nog te klein voor oudhollandse sneeuwpret.
Dus ik trek hem zijn wollen rompertje aan onder zijn kleren, ik knoop hem in een lange draagdoek tegen mijn buik, ik zet hem zijn wollen mutsje op en als mijn warme jas dichtgeritst is dan wikkel ik een sjaal om ons allebei zodat we warme nekjes houden. En dan wandelen we naar de kinderboerderij, naar het winkelcentrum of naar het parkje achter onze flat. Ik wijs Julian enthousiast op de prachtig wit berijpte bomen en de vogelsporen in de sneeuw, maar hij duikt met zijn koude neusje onder mijn jas en hij valt in slaap. De beste winter in dertig jaar en hij krijgt er niets van mee.
Ik hoop dat het volgend jaar net zo prachtig winter is als nu. Tegen die tijd is Julian natuurlijk helemaal uit zijn berenpakje gegroeid, maar dan kopen we gewoon zo’n lekker waterdicht skipakje voor hem. Met een beetje mazzel kan hij volgend jaar al lopen, en met nog een beetje mazzel hebben we tegen die tijd ook een huis met een tuin.
Oh, wat zullen we een plezier hebben! We bouwen sneeuwpoppen, iglo’s en sneeuwforten, we gooien sneeuwballen naar elkaar, we racen gierend van de pret op een slee van de dijk af, we kijken naar de lieve kleine vogeltjes die op de vetbollen afkomen en we gaan daarna lekker in bad om weer warm te worden. Tenzij… Tenzij Julian natuurlijk net zo’n koukleum blijkt te zijn als zijn papa. Dan blijven we binnen met warme chocolademelk. En dan hoeft het van mij ook niet te sneeuwen.







