Vaak hoor je het al snel als je een vaste relatie hebt: wanneer ga je trouwen? Wanneer komen de kindjes? Maar helaas is het voor veel stellen niet zo gemakkelijk om kinderen te krijgen. Moeder Natuur wil niet altijd meewerken. Het kan dan ook voorkomen dat je te maken krijgt met goedbedoelde adviezen in je omgeving. De ene dag kan je deze waarschijnlijk beter relativeren dan de andere dag, maar waarschijnlijk doet het jullie ook veel pijn.
De medische wetenschap kan tegenwoordig veel om de kans op het krijgen van kinderen te verhogen, maar er blijven onbeantwoorde vragen ondanks dat de medische wetenschap zich in een razend tempo ontwikkelt. Helaas is het niet altijd even duidelijk wat de oorzaken zijn van de ongewenste kinderloosheid. Daarnaast gaat er vaak veel tijd overheen voordat medici in actie komen.
Oorzaken van ongewenste kinderloosheid
In ongeveer een derde deel van de gevallen zal blijken dat er geen oorzaak gevonden wordt voor de ongewenste kinderloosheid. In een derde gedeelte zal blijken dat de oorzaak bij de man ligt, in weer een derde gedeelte wordt er bij de vrouw iets gevonden worden dat de ongewenste kinderloosheid verklaart.
Vanzelfsprekend is het voor de partners belangrijk om zo snel mogelijk te weten te komen wat de oorzaak is van de ongewenste kinderloosheid. Immers, op die manier is er wellicht ook te zoeken naar een oplossing.
Het is gebruikelijk om na een jaar proberen een bezoekje aan de huisarts te wagen. Zeker omdat de onderzoeken wat tijd vergen is het wel verstandig op een gegeven moment wat voorzichtige stappen te gaan ondernemen.
Onderzoeken
Vaak begint jullie zoektocht naar een oorzaak voor de ongewenste kinderloosheid bij je huisarts. Deze zal, eventueel na een aantal kleine onderzoekjes, doorverwijzen naar de gynaecoloog, omdat deze het meeste verstand van zaken heeft op dit gebied.
In eerste instantie zal de gynaecoloog jullie wat algemene vragen stellen over jullie gezondheid en jullie leefgewoontes. Vaak zal er ook een vragenlijstje doorgenomen worden met vragen over jullie familieleden. Informeer daarom voor een dergelijk gesprek alvast eens bij je familie of jullie de enige zijn met dergelijke problemen. Dat zal de snelheid van het gynaecologisch onderzoek ten goede komen. Al snel daarna zal de gynaecoloog enkele bloedonderzoeken voorstellen en voor de vrouw een inwendig onderzoek en een inwendige echo.
De snelheid van de onderzoeken gaan vaak erg snel. Misschien zelfs wel sneller dan je verwacht had. Het is daarom ook erg belangrijk dat je samen erg goed blijft praten en stil te staan bij de stappen die ondernomen worden. Beslis ook wat je samen wilt: lichten we onze omgeving in of niet. Voor beide keuzes zijn voor- en nadelen te vinden.
Onderzoek en problemen bij de vrouw
Onderzoek van bloed
Bij het onderzoek van de vrouw wordt altijd het bloed onderzocht. Dit dient in de eerste plaats voor controle van de algehele gezondheid. Maar daarnaast kunnen de hormonen die zich in het bloed bevinden worden bepaald.
De hormonen zijn van belang voor de regeling van de eisprong. Als je hormoonniveaus om welke reden ook zijn ontregeld, kan dit invloed op de ovulatie hebben. Onregelmatige menstruatiecycli kunnen een aanwijzing voor ovulatieproblemen zijn. Je eisprong vindt in dat geval wel plaats, maar niet elke maand. Factoren die invloed hebben op de eisprong zijn onder andere sterke veranderingen van je gewicht (het jojo-effect), emotionele problemen en stress, inspannend werk, ziekte en recente onderbreking van de prikpil. Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) kan een andere oorzaak van ovulatieproblemen zijn. Bij deze aandoening heb je veel kleine cysten op je eierstokken en zijn je hormonen uit balans. De cysten zijn niet pijnlijk en ontstaan wanneer de eicellen zich ontwikkelen maar niet worden vrijgegeven.
Microcurettage
Bij deze kleine operatie wordt er een klein stukje baarmoederslijmvlies weggenomen ter beoordeling. Het is een poliklinisch onderzoek dat vaak een dag of twee voor de te verwachtte menstruatie wordt uitgevoerd. Het onderzoek helpt bij de beoordeling van de rijping van het baarmoederslijmvlies.
Baarmoederfoto‘s (hysterosalpingografie ofwel HSG)
In samenwerking met de röntgenoloog kijkt de gynaecoloog of er afwijkingen zijn aan de baarmoeder, de eierstokken en de eileiders. Er wordt contrastvloeistof ingespoten dat de foto makkelijker te beoordelen maakt. Het is geen prettig onderzoek, maar kan een hoop duidelijkheid verschaffen over de voortplantingsorganen van de vrouw.
Kijkoperatie (laparoscopie)
De kijkoperatie vindt meestal als dagbehandeling plaats en vindt plaats onder algehele narcose. Bij dit onderzoek wordt met een buisje in de buikholte gekeken naar de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken om te zien of ze normaal van vorm zijn en zich geen vergroeiingen bevinden rond deze organen.
Een van de zaken die door middel van een laparoscopie of een HSG ontdekt kunnen worden is de verstopping van de eileiders. Het sperma kan in dit geval de eicel niet bereiken. De algemeenste oorzaak van verstopte eileiders is een onbehandelde infectie met chlamydia. De meeste vrouwen zijn zich meestal volledig onbewust van chlamydia omdat deze infectie vaak zonder symptomen blijft (chlamydia is een bacteriële, seksueel overdraagbare infectie).
Een van de andere mogelijkheden is de ontdekking van endometriose. Bij endometriose komt het slijmvies dat normaal gesproken de binnenkant van de baarmoederholte bekleedt, ook voor op plaatsen buiten de baarmoeder. Zoals bij iedere vrouw bouwen elke maand hormonen het baarmoederslijmvlies op. De eierstokken maken deze hormonen. Aan het einde van de menstruatiecyclus maken ze minder hormonen aan. De baarmoeder stoot dan het opgebouwde slijmvlies af: de menstruatie. Ook het baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt, de endometriose, reageert op deze hormoonveranderingen. Zo ontstaan kleine bloedingen in de buikholte. Dit bloed stroomt niet zoals het menstruatiebloed via de vagina weg, maar het bloed komt in de buikholte terecht waardoor er verklevingen kunnen ontstaan. Daardoor is het soms moeilijk om zwanger te worden.
Onderzoek en problemen bij de man
Tegelijk met het onderzoek van de vrouw wordt normaal gesproken ook begonnen met het onderzoek van de man. Meestal wordt het onderzoek van man en vrouw door een gynaecoloog uitgevoerd. Soms kan het ook nodig zijn om het onderzoek te laten uitvoeren door een uroloog.
Sperma bestaat uit zaadcellen en vloeistof. De aanmaak van de zaadcellen gebeurt in de zaadballen. Daarna gaan de zaadcellen naar de bijbal. Vervolgens worden ze in het laatste gedeelte van de zaadleider opgeslagen. Bij een zaadlozing worden de zaadcellen door de plasbuis naar buiten gestuwd. Onderweg voegen de zaadvloeistofblaasjes en de prostaat vloeistof aan de zaadcellen toe. Zaadcellen en vloeistof samen noemt men sperma. Tussen de aanmaak van zaadcellen en het tijdstip dat zij bij de zaadlozing naar buiten komen zitten twee tot drie maanden.
Lichamelijk onderzoek
Bij het lichamelijk onderzoek kunnen een aantal dingen opgemerkt worden, waaronder een niet-ingedaalde zaadbal of een spataderkluwen in de balzak. Indien een zaadbal niet ingedaald is, betekent dit echter niet altijd ‘slecht zaad’. Overigens ontdekt men dit probleem vaak al op jonge leeftijd waarna er een operatie volgt om het probleem te verhelpen. Soms is na zo’n operatie de zaadkwaliteit niet optimaal.
Microscopisch onderzoek
Een ander mogelijk onderzoek is het microscopische onderzoek van het zaad. Je partner produceert hiervoor door middel van masturbatie zaad dat door een laborant onder een microscoop bekeken wordt. Er wordt dan gekeken hoeveel zaadcellen er zijn, de bewegelijkheid van deze zaadcellen en de vorm van de zaadcellen wordt bekeken.
Hoeveelheid zaadcellen
De hoeveelheid zaadcellen is van belang voor de kans op zwangerschap. Naarmate er minder zaadcellen zijn, is de kans op bevruchting kleiner. Normaal komen er bij een zaadlozing 100 tot 200 miljoen zaadcellen vrij. Per milliliter zijn dat er zo’n 20 tot 50 miljoen. Bij minder dan 20 miljoen zaadcellen per milliliter spreekt men van oligozoospermie. Dit is een moeilijk woord voor het hebben van weinig zaadcellen. Soms zijn er helemaal geen zaadcellen in het sperma. Men spreekt dan van azosspermie. Dit betekent de afwezigheid van zaadcellen.
Beweeglijkheid van de zaadcellen
Ook de beweeglijkheid van de zaadcellen is belangrijk. De zaadcellen moeten beweeglijk genoeg zijn om zich door het slijm van de baarmoedermond, door de baarmoeder en de eileiders naar de eicel in de eileider te bewegen. Bij onvoldoende beweeglijkheid van de zaadcellen spreekt men van asthenozosspermie. Dit betekent: slecht bewegende zaadcellen.
Vorm van de zaadcellen
De vorm van de zaadcellen is een derde maat voor de kwaliteit. De zaadcellen met de gunstigste vorm hebben meer kans om de eicel te bevruchten. Bij elke man komen zaadcellen met een afwijkende vorm voor, maar als er erg veel zijn, spreekt men van teratozosspermie. Dit betekent: zaadcellen met afwijkende vorm.
Bij een verminderde kwaliteit van het zaad gaat het vaak om een combinatie van deze drie factoren (oligo-astheno-teratozos-spermie, ook wel afgekort als OAT). Een man met weinig zaadcellen die ook weinig beweeglijk zijn, maakt een kleinere kans op het tot stand brengen van een bevruchting dan iemand met weinig maar goed beweeglijke zaadcellen. Bij de meeste mannen met niet-optimaal zaad is er sprake van een combinatie van een laag aantal, een geringe beweeglijkheid en veel afwijkende vormen van de zaadcellen.
In Nederland verschillen de waarden die men voor de kwaliteit van zaad gebruikt per ziekenhuis. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert een veelgebruikte maat voor voldoende kwaliteit:
- aantal meer dan 20 miljoen
- goede beweeglijkheid meer dan 25%
- beweeglijkheid in het algemeen meer dan 50%
- meer dan 30% normale vorm
Ander zaadonderzoek
Naast het microscopisch onderzoek kan er ook een samenlevingstest gedaan worden. Bij deze test kijkt de arts of er na een zaadlozing in het baarmoederhalsslijm van de vrouw beweeglijke zaadcellen aanwezig zijn. Daarom moet je voor het onderzoek gemeenschap hebben. Bij de vrouw haalt de arts via een spreider wat slijm weg voor onderzoek onder de microscoop. Men beoordeelt hoeveel zaadcellen in het slijm aanwezig zijn, en welk deel daarvan goed beweegt.
Ook de kwaliteit van het slijm is van belang voor de uitkomst van het onderzoek. Bij veel zaadcellen die goed bewegen is de kwaliteit van het zaad over het algemeen goed. Bij weinig of weinig bewegende zaadcellen zegt de uitslag van het onderzoek minder. Mogelijk is de kwaliteit van het slijm dan niet optimaal of zijn er antistoffen in het slijm tegen de zaadcellen aanwezig.
Een test die op het verkeerde tijdstip wordt uitgevoerd – dat wil zeggen te ver voor of na de eisprong – kan ten onrechte geen goed beweeglijke zaadcellen laten zien. Maar ook is het mogelijk dat er helemaal niets mis is terwijl uit de test blijkt dat er geen goed beweeglijke zaadcellen zijn. Dit is de reden dat sommige gynaecologen deze test niet uitvoeren of er niet zoveel waarde aan hechten.
Een variatie op de samenlevingstest is de sperma-mucus-test. Dit onderzoek doet men in het laboratorium. De arts neemt een beetje slijm van de baarmoedermond bij de vrouw weg. Nadat dit op een glaasje is gelegd, voegt men door masturbatie verkregen sperma toe. Na een paar uur onderzoekt men of de zaadcellen goed zijn doorgedrongen in het slijm.
Hormoononderzoek
Bij het hormoononderzoek bij de man bepaalt men in het laboratorium het gehalte van het follikelstimulerend hormoon (FSH) in het bloed. Dit hormoon is van belang bij de sperma-aanmaak. Bij te weinig FSH valt soms een hormoonkuur te overwegen. Te weinig FSH is een zeer zeldzame oorzaak voor een tekort aan zaadcellen. Ook de testosteronspiegel in het bloed kan men bepalen. Het testosterongehalte is een maat voor het functioneren van de testikels.
Behandelingen
Als jullie een hele rits van onderzoeken achter de rug hebben, is er hopelijk duidelijkheid wat er aan de hand is. Misschien is er ook wel niets uitgekomen. Dat is misschien nog wel meer frustrerend. Zeker omdat jullie wens op een kindje er niet kleiner op is geworden. Het belangrijkste is echter om jullie eerst af te vragen of en welke behandeling jullie willen opstarten. De gynaecoloog kan je het beste vertellen wat de voor- en nadelen zijn en welke stappen er te ondernemen zijn. Realiseer je in ieder geval altijd goed dat de beslissing bij jullie zelf ligt.
Er zijn binnen het medische circuit veel mogelijkheden, maar uiteindelijk moeten jullie er samen achter kunnen staan. Want de behandelingen vergen niet alleen lichamelijk maar ook psychische druk. De relatie kan onder druk komen staan door de behandelingen. Zeker wanneer de vrouw in de loop van deze behandelingen hormonen toegediend gaat krijgen, kan zij ook anders reageren dan verwacht. Zolang je dit beiden goed onder ogen ziet en veel samen communiceert over de in te slagen wegen, weet je dat je er elkaar ook doorheen kunt slepen. Welk besluit jullie ook nemen, wij wensen jullie heel veel succes toe.
Hormoonbehandeling
Hormonen … wij vrouwen weten als geen ander hoe ellendig ze kunnen zijn. Maar wat als je hormonen niet werken zoals ze zouden moeten? In dat geval wordt dat een hormoonafwijking genoemd. De meest voor de hand liggende oplossing van dit probleem is het toedienen van hormoonpreparaten. Deze preparaten zorgen ervoor dat de cyclus van de vrouw geregeld wordt. Hormoonbehandelingen vinden in verschillende vormen plaats, zoals de behandeling door middel van tabletten, een injectie of een infuus. Het is gebruikelijk dat tijdens deze behandeling met enige regelmaat een echo wordt gemaakt om te controleren hoe de eierstokken reageren. Deze behandeling wordt ovulatie-inductie genoemd.
Hormoonafwijkingen komen echter niet alleen bij vrouwen, maar ook bij mannen voor. Wanneer bij mannen hormonen worden voorgeschreven doet men dit om het aantal zaadcellen te vergroten. Zij verhogen de afgifte van follikelstimulerend hormoon (FSH) in de hersenen en stimuleren zo de aanmaak. Toch worden mannen worden zelden met hormonen behandeld. Dit heeft vooral te maken met het feit dat het niet altijd helemaal vast te stellen is of de behandeling ook het gewenste resultaat heeft. Veel gebruikte hormoonpreperaten zijn: clomid, serophene en nolvadex.
Geschreven door Josien Verhoeven, moderator Zwangerschapspagina.







