Vruchtbaarheidsbehandelingen

vruchtbaarheidsbehandelingenK.I. (Kunstmatige inseminatie met eigen zaad of met donorzaad)

Er zijn verschillende vormen van kunstmatige inseminatie. In het merendeel van de gevallen zal de inseminatie plaatsvinden met eigen zaad. Dit is een van de eerste behandelingen in het medische traject. Bij de inseminatie wordt het zaad opgezogen met een spuitje en zo hoog mogelijk in de vagina ingebracht (dus zo dicht mogelijk bij de baarmoedermond).

Wanneer er bijvoorbeeld geen mannelijke partner aanwezig is (bijvoorbeeld bij lesbische stellen) en er gewerkt wordt met een donor, wordt deze zelfde methode toegepast.

In de vorige alinea werd door ons aangegeven dat het vaak als een van de eerste behandelingen gezien wordt. Dit geldt alleen niet voor echtparen waarbij er bij de mannelijke partner geen enkele levende zaadcel wordt aangetroffen. Zij hebben de belangrijke beslissing genomen om gebruik te maken van een zaaddonor. Zij kunnen deze donor zelf gevonden hebben, of deze zoektocht overgelaten hebben aan het ziekenhuis. In dat laatste geval wordt er gewerkt met ingevroren donorsperma.

IUI (Intra-uteriene inseminatie)

IUI omvat het inbrengen van zaadcellen in de baarmoederholte. Deze behandeling wordt toegepast bij een verminderde kwaliteit van de zaadcellen of bij een te laag aantal zaadcellen, na een periode van uitblijven van een zwangerschap zonder duidelijke oorzaak, of bij een verminderde kwaliteit van het slijm van de baarmoedermond.

In de normale situatie komt na een zaadlozing in de vagina het sperma met de zaadcellen in de buurt van de baarmoedermond. Via het slijm van de baarmoedermond komen de zaadcellen via de baarmoederholte in de eileiders, waar de bevruchting van een eicel kan plaatsvinden. Bij IUI worden de beste zaadcellen geselecteerd en rechtstreeks in de baarmoederholte gebracht. De zaadcellen zijn dan dichter bij de plaats van bevruchting. Een goede timing van de IUI is van belang, omdat de kans op een zwangerschap het hoogst is als IUI wordt uitgevoerd omstreeks de dag van de eisprong. Regelmatig wordt de IUI-behandeling ondersteund met hormonen.

Je kunt voor IUI in aanmerking komen in de volgende situaties:

  • de kwaliteit van het zaad is minder dan normaal
  • het aantal zaadcellen is minder dan normaal
  • je hebt maximaal drie jaar onbeschermde sex gehad, maar je bent niet zwanger geworden, maar een duidelijke oorzaak is niet gevonden
  • het slijm van de baarmoedermond blijkt van minder goede kwaliteit te zijn

De inseminatie vindt plaats in de polikliniek. De arts brengt een spreider in om de baarmoedermond te zien. Dan wordt een dun slangetje door de baarmoedermond in de baarmoederholte geschoven, waardoor het bewerkte sperma wordt ingebracht. Meestal heb je hiervan geen last. Een enkele vrouw klaagt over een licht krampend gevoel in de onderbuik, maar na de behandeling kan je sowieso meteen weer naar huis. Na de IUI zijn er geen bijzondere dingen nodig. Wanneer je niet zwanger bent geworden, krijg je ongeveer 12 tot 14 dagen na de IUI een menstruatie. Maar wordt je niet ongesteld, dan kun je ongeveer drie weken na de inseminatie een zwangerschapstest doen.

IUI leidt gemiddeld bij 1 op de 10 behandelingen tot een zwangerschap. Na zes behandelingen is de kans dat je zwanger bent geraakt ongeveer 30 procent. De meeste vrouwen zijn dus na zes behandelingen nog steeds niet zwanger.

IVF (In vitro fertilisatie)

In vitro fertilisatie (IVF) betekent letterlijk: ‘in glas bevruchting’ en wordt in Nederland ook wel reageerbuisbevruchting genoemd. In een normale menstruatiecyclus rijpt er in de eierstok elke maand één eicel. Bij de IVF-behandeling probeert men met hormonen om meerdere eicellen tegelijkertijd te laten rijpen. In een speciaal laboratorium in het ziekenhuis wordt één eicel samengebracht met ongeveer honderdduizend zaadcellen. Eén eicel heeft maar één zaadcel nodig om bevrucht te worden. De bevruchte eicel gaat zich delen en er ontstaat een embryo. Als er geen bevruchting plaatsvindt, wordt de behandeling afgebroken. Het embryo kan in de baarmoeder worden geplaatst door middel van de embryotransfer (vaak afgekort tot ET). Nestelt het zich in, dan is er sprake van een normale zwangerschap.

Je kunt in aanmerking komen voor IVF om de volgende redenen:

  • de eileiders zijn afgesloten of verwijderd
  • er is geen oorzaak gevonden voor het uitblijven van een zwangerschap gedurende langere tijd; deze tijd is afhankelijk van je leeftijd en andere factoren
  • het is niet gelukt om zwanger te worden na andere behandelingen voor verminderde vruchtbaarheid, bijvoorbeeld intra-uteriene inseminatie (IUI) of na een operatie
  • bij ernstige endometriose
  • bij verminderde kwaliteit van het zaad
  • bij hormonale stoornissen
  • de eierstokken werken niet goed

De kans op een zwangerschap bij een IVF-cyclus is gemiddeld 25 tot 30 procent; de kans op de geboorte van een kind is gemiddeld 20 procent. Na drie IVF-behandelingen is de kans op de geboorte van een kind gemiddeld 40 tot 50 procent. Bij ongeveer de helft van alle paren die IVF-behandelingen ondergaan, leidt IVF niet tot een zwangerschap. Dit kan meerdere oorzaken hebben: de eierstokken blijken bijvoorbeeld niet gevoelig te zijn voor de hormonen, de eisprong treedt te vroeg op of bij de punctie kunnen geen eicellen worden verkregen.

IVF bestaat uit vier fasen en neemt, afhankelijk van het schema en de gebruikte hormonen, ongeveer vier weken in beslag:

  • de rijping van de eicellen: de stimulatie
  • het aanprikken van de follikels: de punctie
  • de laboratoriumfase: de bevruchting
  • het in de baarmoeder plaatsen van de bevruchte eicellen (embryo’s): de plaatsing (embryotransfer, ET)

De stimulatie

Om meerdere eicellen te laten groeien gebruikt de vrouw ongeveer tien tot veertien dagen hoge doseringen hormonen. Daardoor worden de eierstokken gestimuleerd om eicellen te laten groeien. Je krijgt in deze tijd verschillende hormonen toegediend, zoals bijvoorbeeld het follikelstimulerend hormoon (FSH) en hCG. Deze hormonen dien je jezelf toe te kunnen dienen, meestal door het spuiten van hormonen. De meeste ziekenhuizen hebben hiervoor dan ook een prikinstructie opgesteld. Tijdens deze bijeenkomst leer jij zelf of je partner de spuitjes toe te dienen.

Bijna altijd krijg je voor de FSH-behandeling ook andere hormonen, om te voorkomen dat de eisprong te vroeg optreedt. Dit zijn hormonen die de waarden van FSH en LH onder controle houden.

Als de grootste eiblaasjes ongeveer 18-20 mm zijn, wordt de laatste injectie afgesproken. Om de groei van de follikels te meten zal regelmatig een inwendige echo gemaakt worden. Ook kan er eventueel bloed geprikt worden om de waarde van de hormonen te bepalen. De laatste injectie bevat LH of hCG. Door dit laatste spuitje wordt de rijping van de eicellen versneld.

Bij het begin van de stimulatie is niet te voorspellen hoe de eierstokken op FSH gaan reageren. Zo nodig past de arts de dosering aan.

De punctie

Ongeveer 34 tot 36 uur na de laatste injectie zal de gynaecoloog een punctie uitvoeren. Dit onderdeel van de behandeling wordt door de meeste vrouwen als het meest vervelend ervaren.

De arts brengt een spreider in en spoelt de schede met water. Daarna brengt hij of zij een holle naald door de wand van de schede om de eierstok te bereiken en de eiblaasjes aan te prikken. Dit kan, kortdurend, pijnlijk zijn. Je kunt hiervoor verdoving krijgen. Vraag ernaar bij je gynaecoloog, want het kan je wat pijn besparen. Met de naald worden de follikels leeggezogen en worden de eicellen uit de blaasjes gehaald. Deze eicellen worden vervolgens in een speciale vloeistof bewaard.

De punctie duurt in totaal ongeveer 15 minuten. Na de punctie wordt je meestal naar een apart kamertje gebracht waar je rustig even kunt bijkomen. Op de dag van de punctie moet je partner vers sperma inleveren. Het sperma wordt naar het laboratorium gebracht. Een laborant zal het daarna opwerken. Door middel van deze behandeling worden er zoveel mogelijk goed beweeglijke zaadcellen geselecteerd. Na de punctie komt een laborant jullie snel vertellen hoeveel eicellen er gevonden zijn en of het zaad er goed uit zag. Meestal ga je daarna gewoon weer naar huis. Soms kun je nog wat suf zijn en kan het verstandig zijn het die dag rustig aan te doen.

De bevruchting

In het laboratorium wordt er na de punctie hard gewerkt aan de totstandkoming van de bevruchting. Een laborant brengt de eicellen en zaadcellen samen. Dan wordt enkele dagen gewacht op een mogelijke bevruchting; gemiddeld vindt deze plaats op de tweede dag na de punctie.

Na de punctie krijgt de vrouw opnieuw hormonen toegediend. Dit zijn weer andere hormonen dan in het begin van de behandeling. Deze hormonen zorgen namelijk voor de voorbereiding van het baarmoederslijmvlies op de plaatsing van een embryo. Deze hormonen gebruik je in de vorm van pillen in de schede (progesteron) of in de vorm van injecties (hCG).

De plaatsing, embryotransfer

Als na bevruchting van de eicellen embryo’s zijn ontstaan, krijg je dit al snel te horen van het ziekenhuis. Van ziekenhuis tot ziekenhuis verschilt de dag waarop de terugplaatsing plaatsvindt, maar het ligt ergens tussen de tweede en de vijfde dag na de punctie. Als er meer dan één embryo wordt teruggeplaatst in de baarmoeder, wordt de kans op een meerling groter. Daarom plaatst de gynaecoloog maximaal twee en in sommige situaties één embryo terug.

De terugplaatsing doet geen pijn. Je kunt hooguit even een licht krampend gevoel in de buik hebben. Terwijl je in de beensteunen ligt spoelt de arts de vagina met water. Hierna brengt de gynaecoloog een dun buisje in de baarmoeder en laat daar een of twee embryo’s achter.

Na de terugplaatsing kun je zelf niets doen om de kans op een zwangerschap te vergroten. Daarom kunnen je normale bezigheden kunnen gewoon doorgaan. Hoewel er in de literatuur geen bewijs voor is, krijg je meestal wel het advies om geen gemeenschap en/of orgasme te hebben tot ongeveer een week na de punctie. Je hoeft zeker niet bang te zijn dat de embryo’s vanzelf uit de baarmoeder vallen. Na ongeveer twee weken kun je een zwangerschapstest doen.

Cryopreservatie, overgebleven embryo’s

In Nederland worden meestal één tot twee embryo’s geplaatst. Bij de IVF-behandeling ontstaan vaak meer embryo’s dan er geplaatst worden. Als de overgebleven embryo’s van goede kwaliteit zijn, kunnen ze eventueel worden bewaard en ingevroren als jullie dat willen. Dit wordt cryopreservatie genoemd. Hou er wel rekening mee dat de embryo’s het invriezen en ontdooien niet altijd overleven.

Het ziekenhuis zal een contract met jullie afsluiten over wat er met de ingevroren embryo’s gedaan moet worden als jullie ooit onverhoopt uit elkaar zouden gaan, als één van jullie twee overlijdt of als jullie de embryo’s niet meer wilt gebruiken.

De terugplaatsing van cryo-embryo‘s kan plaatsvinden in een gewone menstruatiecyclus of na voorbereiding van het baarmoederslijmvlies met hormoontabletten. Dit laatste wordt ook wel cryo-cyclus genoemd. De kans op een zwangerschap na cryo-plaatsing bedraagt ongeveer 10% en is dus kleiner dan bij niet-ingevroren embryo’s.

ICSI (Intracytoplasmatische sperma-injectie)

ICSI is de afkorting van intracytoplasmatische sperma-injectie. De belangrijkste reden voor een ICSI-behandeling is een zeer laag aantal beweeglijke zaadcellen. Ook als na twee behandelingen met IVF (in vitro fertilisatie) geen bevruchting is opgetreden of als zich antistoffen in het sperma bevinden, kan de mogelijkheid van ICSI ter sprake komen.

De behandeling is identiek aan de hierboven beschreven IVF-behandeling, met uitzondering van de manier waarop de bevruchting tot stand wordt gebracht. Bij IVF brengt men één eicel samen met ongeveer 100.000 zaadcellen en wacht men op spontane bevruchting door een van de zaadcellen. Bij ICSI brengt een laboratoriummedewerker één enkele zaadcel in één eicel.

Mannelijke vruchtbaarheidsproblemen zijn de belangrijkste redenen voor ICSI. Soms speelt bij deze problemen erfelijkheid een rol.

MESA (Microchirurgische epididymale sperma-aspiratie)

MESA is een spermapunctie direct uit de bijbal van de man. Deze behandeling kan gestart worden als de man bijvoorbeeld zaadleiders mist als gevolg van een bepaalde vorm van taaislijmziekte. De man maakt dus wel zaad aan, maar heeft geen zaadlozing. Via microchirurgie wordt het zaad opgezogen uit een met zaadcellen gevuld bijbalkanaal. MESA moet gezien worden als een kijkoperatie in de zaadbal. Het wordt uitgevoerd onder algehele narcose.

De vrouw zal op hetzelfde tijdstip of een later tijdstip (na invriezing van de verkregen zaadcellen) een ICSI-behandeling moeten ondergaan.

PESA (Percutane epidydimale sperma-aspiratie)

PESA is een spermapunctie direct uit de bijbal van de man. Deze behandeling kan gestart worden als bij de man geen enkele zaadcel in het sperma wordt aangetroffen. Wanneer deze oorzaak ligt in een blokkade van de zaadleiders. Via een biopt worden zaadcellen uit de bijbal gehaald. PESA is minder ingrijpend dan MESA omdat het niet onder algehele narcose uitgevoerd hoeft te worden.

De vrouw zal op hetzelfde tijdstip of een later tijdstip (na invriezing van de verkregen zaadcellen) een ICSI-behandeling moeten ondergaan.

TESE (Testiculaire sperma-extractie)

TESE wordt toegepast bij mannen met een ernstig gestoorde zaadaanmaak. In de bijbal, waar de zaadcellen vanuit de zaadbal naartoe gaan om nog een week of twee te rijpen, worden dan geen zaadcellen aangetroffen. In de zaadbal zelf, waar de spermacellen ontstaan, worden soms nog wel jonge, onrijpe spermacellen aangetroffen.

Bij TESE worden onrijpe spermacellen operatief uit de zaadbal gehaald door een stukje weefsel weg te nemen. Dan komt het erop aan om daarin een of meerdere spermacellen te vinden die geschikt zijn om uit te laten rijpen tot volwassen zaadcellen en in de eicel te injecteren.

De vrouw zal op hetzelfde tijdstip of een later tijdstip (na invriezing van de verkregen zaadcellen) een ICSI-behandeling moeten ondergaan.

Eiceldonatie

Als bij een vrouw geen eicellen worden aangemaakt, is er toch nog een mogelijkheid om als vrouw zelf zwanger te worden. Dit kan met behulp van eiceldonatie.

Eiceldonatie is een oplossing voor vrouwen die geen eierstokken (meer) hebben, een tumor in de eierstok hebben, vroegtijdig in de overgang terecht zijn gekomen of een erfelijke afwijking hebben die via de vrouw overgebracht wordt. De eicel wordt in de meeste gevallen gedoneerd door een bekende (bijvoorbeeld een zus of een vriendin). In Nederland is anonieme donatie namelijk niet toegestaan. In sommige gevallen zien we ook eiceldonatie door paren die met een vruchtbaarheidsbehandeling bezig zijn en eicellen over hebben. De donor wordt behandeld met medicijnen die meerdere eitjes doen rijpen en de ontvanger krijgt medicijnen die het baarmoederslijmvlies klaarmaakt voor een zwangerschap. De donoreicel wordt via IVF of ICSI bevrucht met het zaad van de partner van de vrouw die zelf geen eicellen heeft. Tot slot worden het ontstane embryo teruggeplaatst bij de vrouw die zelf geen eicellen heeft.

Geschreven door Josien Verhoeven, moderator Zwangerschapspagina.

© 2005 - 2010 Zwangerschapspagina.nl