Uitleg zwangerschapskaart
Er blijken veel vragen te zijn over de zwangerschapskaart en over de betekenis van alles wat erop staat. Ik loop de kaart met jullie door en bespreek alle gegevens.
Naam, adres et cetera
Behalve dat we willen weten hoe je heet en waar je woont zodat we je kunnen bereiken, willen we ook graag weten of je getrouwd bent of niet. Als je samenwoont moet je namelijk de erkenning van de baby op tijd regelen. We willen graag weten wat voor beroep jij en je partner uitoefenen. Als dat een beroep is dat risico’s met zich meebrengt (je maakt bijvoorbeeld röntgenfoto’s) dan kunnen we daar onze voorlichting op aanpassen. We willen je lengte en gewicht weten zodat we een BMI kunnen berekenen. BMI staat voor body mass index. Een gezond BMI ligt tussen de 20 en 25. Als het hoger is dan 29 kom je waarschijnlijk in aanmerking voor extra onderzoek. Je hebt dan namelijk meer kans om zwangerschapssuiker te krijgen.
Medische gegevens
We willen weten of je ooit een uitstrijkje hebt laten maken (PAPP smear) en wat de uitslag daarvan was. Verder de naam van je huisarts zodat we eventueel contact kunnen opnemen en na de bevalling een brief kunnen schrijven zodat deze ook op de hoogte is van hoe het allemaal is gegaan. We willen weten of je ernstig ziek bent geweest. Sommige ziekten zijn van dien aard dat je beter af bent bij de gynaecoloog, deze kan dan samen met een andere specialist jouw zwangerschap veilig begeleiden. Hierbij moet je denken aan ernstige hart- of longziekten en diabetes. Ook willen we weten of je bent geopereerd, of je daarbij bloedtransfusies hebt gehad en hoe je hebt gereageerd op narcose. Of je allergisch bent is belangrijk om te weten, zeker bij astma en hooikoorts, omdat je kindje dan ook een hoger risico daarop heeft. Met intoxicaties worden roken, alcohol en drugs bedoeld. We willen weten of je medicijnen (hebt) gebruikt zodat we na kunnen gaan of deze veilig zijn in de zwangerschap. Ook willen we weten of je ooit een SOA hebt gehad, sommige SOA ’s kunnen terugkomen in de zwangerschap en soms moet dat behandeld worden of moeten we daarbij een bepaald beleid voeren.
Ook willen we weten of je ooit een minder leuke seksuele ervaring hebt gehad. Nare herinneringen kunnen bovenkomen in de zwangerschap en tijdens de bevalling. Als we ervan weten houden we er zeker rekening mee, door met jou te praten hoe we je het best kunnen begeleiden, bijvoorbeeld ook met inwendig onderzoek tijdens de bevalling. Als je al last hebt van spataderen (varices) of aambeien(haemmorhoiden) dan ben je er in de zwangerschap waarschijnlijk extra gevoelig voor. Daar maken we ook een aantekening van. HSV1 betekent of jij of je partner last hebben van een koortslip. Cystitis is blaasontsteking. Als je dit al vaker hebt gehad moet je in de zwangerschap extra opletten, want door de hormonen ben je ook hier gevoeliger voor. Rubella is rode hond, als je bent gevaccineerd of je hebt de ziekte zelf gehad, dan heb je beschermende antistoffen. Varicella: of je waterpokken hebt gehad. We willen weten of er in de familie tweelingen voorkomen (gemelli), tuberculose, aangeboren of erfelijke afwijkingen (congenitaal), diabetes (suikerziekte) en hypertensie (hoge bloeddruk). We willen weten of je vaker zwanger bent geweest, of je miskramen hebt gehad (spontane abortus, sp.ab.) of een abortus (abortus provocatus lege artis, afgekort als apla of als ab.prov.). Ook of je daarbij veel bloed hebt verloren en hoe lang je zwanger was toen het gebeurde. Ook hoe vorige bevallingen zijn geweest vragen we helemaal uit.
Verloskundig gedeelte
EDLM: eerste dag van de laatste menstruatie reg/irreg: had je een (on) regelmatige menstruatiecyclus.
A terme datum: datum waarop je bent uitgerekend.
Met RR wordt de bloeddruk bedoeld.
Oedeem betekent vocht vasthouden als er alb + staat, betekent dit dat er eiwit in de urine zit, red + geeft aan dat er suiker in de urine zit.
Amenorroe betekent het aantal weken en dagen dat je zwanger bent.
Hoogte fundus = hoogte van de baarmoeder, we meten dit vanaf vaste punten, het schaambot(S) en de navel(N) en het xyphoid(X) = puntje wat je onder aan je borstbeen voelt.
Cm/symf. Geeft de hoogte van de baarmoeder in cm weer.
Ligging: geeft aan hoe de baby ligt, vanaf 28 weken kan de verloskundige goed voelen hoe je baby in de baarmoeder ligt, daarvoor voelt ze vaak wel dat er een kind inzit, maar kan nog niet zeggen waar het hoofdje of de billetjes liggen. Dit wordt weergegeven als ball+( betekent ballotement). Later zal de verloskundige op de kaart aangeven of het hoofdje wel of niet is ingedaald. Je vindt dan de volgende afkortingen: C staat voor caput=hoofdje : (soms wordt de letter h gebruikt, van hoofdje)
Cbbbi betekent Caput bewegelijk boven bekken ingang: hoofdje is nog niet ingedaald.
Cbibi = hoofdje bewegelijk in bekken ingang:hoofdje is stukje ingedaald.
Cvibi = caput vast in bekkeningang: hoofdje volledig ingedaald.
CIF betekent Caput in Fundo m.a.w. het hoofdje ligt boven = stuitligging.
Cort.: staat voor cortonen, geeft aan of het hartje gehoord is.
Bloeduitslagen
Als laatste is er nog een kolom Hb=ijzergehalte, de paraaf wie je onderzocht heeft en over hoeveel weken je terug moet komen = revisie
Bloeduitslagen:
Bloedgroep en resusfactor, Hb: hemoglobine, dit betekent ijzergehalte van het bloed. MCV (mean cell volume, zegt ook iets over de ijzerstatus van je bloed) en ht (haematocriet) zegt ook iets over de ijzerstatus. Gluc (glucose) de hoeveelheid suiker in je bloed. HbsAg: of je ooit hepatitis (leverziekte) hebt gehad. TPHA: of je lues/syfilis hebt gehad. HIV: of je het Aidsvirus hebt.
Geschreven door Mirjam Zwaal, verloskundige.








