Zwanger worden

In-vitrofertilisatie IVF

IVF
IVF
Jaarlijks worstelt 15% van de stellen met een kinderwens met een verminderde vruchtbaarheid. Twee derde daarvan komt in aanmerking voor een vruchtbaarheidsbehandeling. Een bekende en effectieve vruchtbaarheidsbehandeling is in-vitrofertilisatie (IVF), oftewel reageerbuisbevruchting.

Hoe werkt IVF?

In een normale menstruatiecyclus rijpt er in de eierstok elke maand één eicel. Bij de IVF-behandeling probeert men door toediening van een hoge dosering hormonen meerdere eicellen tegelijkertijd te laten rijpen. In een speciaal laboratorium in het ziekenhuis wordt één eicel samengebracht met ongeveer honderdduizend zaadcellen. Zo is de kans op bevruchting zo groot mogelijk. Wanneer de eicel bevrucht is door één zaadcel, gaat deze zich delen. Zo ontstaat er een embryo. Dit embryo kan dan in de baarmoeder worden teruggeplaatst. Vanaf het moment dat het embryo zich innestelt, is er sprake van een normale zwangerschap.

Kans op zwangerschap bij IVF

De kans op een zwangerschap bij een IVF-bevruchting is gemiddeld 25 tot 30 procent. Na drie IVF-behandelingen is de kans op de geboorte van een kind gemiddeld 40 tot 50 procent. Bij ongeveer de helft van alle paren die IVF-behandelingen ondergaat, leidt door uiteenlopende oorzaken de IVF niet tot een zwangerschap.

Een IVF-behandeling bestaat uit verschillende fasen.

Fase 1: De stimulatie

Om de kans op een zwangerschap zo groot mogelijk te maken, zijn er meerdere eicellen nodig. Ongeveer twee weken voor de behandeling krijg je daarom hoge doseringen hormonen, zoals het follikelstimulerend hormoon (FSH en het zwangerschapshormoon HCG, toegediend. Zo worden de eierstokken gestimuleerd om eicellen te laten groeien. Om in de gaten te houden hoe snel de eitjes groeien, maakt de gynaecoloog regelmatig een echo. Als de grootste eiblaasjes ongeveer 18-20 mm zijn, wordt de laatste injectie afgesproken en wordt de waarde van je hormonen bepaald. Zo kijkt de arts of je lichaam goed is voorbereid op een zwangerschap.

Fase 2: De punctie

Ongeveer 34 tot 36 uur na de laatste injectie zal de gynaecoloog de eitjes uit je buik halen. Dit doet ze door middel van een punctie. Voor veel vrouwen is dit een vervelend moment. De arts prikt een holle naald door de wand van de schede om de eierstok te bereiken en de eiblaasjes aan te prikken. Met de naald worden de follikels leeggezogen en worden de eicellen uit de blaasjes gehaald.

Na de behandeling krijg je opnieuw hormonen toegediend. Deze hormonen zorgen ervoor dat je baarmoederslijmvlies optimaal wordt klaargemaakt voor de plaatsing van een embryo.

Fase 3: De bevruchting

Om zo veel mogelijk kans op een geslaagde bevruchting te hebben, wordt het sperma van je partner in het laboratorium ‘opgewerkt’. Dit houdt in dat er zo veel mogelijk goed beweeglijke zaadcellen worden geselecteerd. Daarna worden jouw eitjes samengebracht met het sperma van je partner. Een eventuele bevruchting vindt meestal de dag daarna al plaats.

Fase 4: De plaatsing, embryotransfer

Door bevruchting ontstaan er embryo’s, kleine vruchtjes die kunnen uitgroeien tot een klein kindje. Om verder te ontwikkelen moeten deze worden teruggeplaatst in de baarmoeder. Deze terugplaatsing vindt plaats tussen de tweede en de vijfde dag na de punctie. Soms worden er meerdere embryo’s teruggeplaatst. Daarmee wordt de kans op een meerling groter. De terugplaatsing doet geen pijn. Via een klein buisje plaatst de gynaecoloog de embryo’s terug in de baarmoeder. Je kunt hooguit even een licht krampend gevoel in de buik hebben.

Geen gemeenschap

Wanneer het embryo eenmaal teruggeplaatst is, kun je zelf niets meer doen om de kans op een zwangerschap te vergroten. Je kunt gewoon naar je werk gaan en je normale huishoudelijke bezigheden verrichten. De meeste artsen adviseren wel om de eerste week na de terugplaatsing geen gemeenschap te hebben. Wanneer je namelijk een orgasme krijgt, trekt je baarmoeder flink samen. Dit heeft normaal gesproken geen gevolgen voor het embryo, maar na een IVF-behandeling is men toch extra voorzichtig.

Cryopreservatie, overgebleven embryo’s

Tijdens de IVF-behandeling plaatst de arts meestal één tot twee embryo’s. Dat betekent dat er vaak nog een aantal embryo’s overblijven. Deze overgebleven embryo’s kunnen worden bewaard. Dit doet men door middel van invriezing, ook wel cryopreservatie genoemd. Uiteraard heeft deze cryopreservatie alleen plaats met jullie toestemming. Dit wordt ook schriftelijk vastgelegd. Daarnaast zal de arts met jullie spreken over jullie wensen met betrekking tot de ingevroren embryo’s in geval van scheiding of overlijden.