Zwangerschap

Miskraam

Miskraam
Miskraam
Wie zwanger is, leeft op een roze wolk. Maar soms gaat een zwangerschap niet goed en krijg je een miskraam.

Wat is een miskraam?

Een miskraam is een spontane afbreking van een zwangerschap tot 16 weken (de Wereldgezondheidorganisatie hanteert een termijn tot 20 weken). De medische term hiervoor is ‘spontane abortus’. Een miskraam is een vaak voorkomend en natuurlijk verschijnsel: als je rekent vanaf het moment van bevruchting, wordt 90% van alle bevruchte eicellen voortijdig afgestoten. Vaak merk je daar helemaal niks van, omdat er een normale menstruatie volgt. 1 op de 10 zwangerschappen eindigt in een miskraam. Dat zijn ongeveer 20.000 miskramen per jaar. In Nederland krijgt dus een derde van alle zwangere vrouwen te maken met een miskraam. Het risico op een miskraam neemt toe, naarmate de moeder ouder is.

Oorzaken

Een miskraam kan veroorzaakt worden door verschillende factoren. Hieronder vind je de meest voorkomende oorzaken.

Aanlegstoornis

De meest voorkomende oorzaak van een miskraam is een aanlegstoornis bij het vruchtje. Vaak gaat het daarbij om een fout in de chromosomen. Hierdoor is het embryo niet levensvatbaar, en wordt het op een natuurlijke manier door het lichaam afgestoten.

Afwijking baarmoeder of eierstokken

Soms kan een aangeboren afwijking aan je baarmoeder of baarmoederholte de oorzaak zijn van een miskraam. Door de afwijking kan de moederkoek zich niet goed nestelen. Hierdoor ontstaat er een voedingstekort bij het vruchtje, waardoor het afsterft.

Teveel LH

Bij de eisprong speelt het luteïniserend hormoon (LH) een belangrijke rol. Een overschot aan dit hormoon kan cysten op de eierstokken veroorzaken. Daarnaast leidt zo’n overschot tot een verhoogde kans op een miskraam. Hoe dat precies kan, is nog niet duidelijk.

Stollingsafwijkingen bij de vrouw

Door een stollingsafwijking heeft het bloed de neiging sneller te stollen. Wanneer een zwangere vrouw een stollingsafwijking heeft, kan dit problemen opleveren met de doorbloeding van de placenta. In de placenta of de navelstreng kan een bloedpropje ontstaan, waardoor een miskraam ontstaat.

Antifosfolipide-antistoffen

Bij een klein deel van de vrouwen die meerdere miskramen achter de rug hebben, worden zogenaamde antifosfolipide-antistoffen gevonden. Antistoffen zorgen er normaal gesproken voor dat je lichaam zich kan verweren tegen ziekteverwekkende indringers. Soms maakt het lichaam echter verkeerde antistoffen aan. Deze vallen niet indringers van buiten aan, maar vallen stoffen aan die in het lichaam horen. Zo vallen de antifosfolipide-antistoffen bepaalde vetcellen aan. Hierdoor kunnen deze vetcellen hun werk niet meer goed doen, en ontstaan er stolsels in het bloed. Het gevaar van deze stolsels is dat ze een bloedvat kunnen afsluiten. Wanneer dit gebeurt in de placenta, kan de vrucht zich niet goed ontwikkelen en ontstaat er een miskraam.

Klachten

De meest bekende klachten bij een miskraam zijn vaginaal bloedverlies en buikkrampen. Daarnaast kan het zijn dat je merkt dat je zwangerschapssymptomen, zoals gespannen borsten en ochtendmisselijkheid, wat afnemen. Wanneer het vruchtje uit de baarmoeder wordt gedreven, zal je last krijgen van een soort weeën. Dit komt doordat de baarmoeder samentrekt, net als tijdens een bevalling. Daarnaast zal je helderrood bloed verliezen. Een miskraam kan helaas niet worden tegengehouden of worden voorkomen. Is de pijn of het bloedverlies té hevig of houdt het té lang aan, neem dan contact op met de arts.